Nescio, the pen name of Dutch author J. E. L. (Johan Ernst) de Ruyter, was a significant figure in early 20th-century literature, known for his poignant explorations of the human condition and the complexities of modern life. Born in Amsterdam, he initially pursued a career in business but found his true calling in writing. His works often reflect a deep sense of nostalgia and a longing for simplicity, which resonated with readers during a time of rapid societal change. Nescio's most notable works include 'De uitvreter' (The Parasite), 'Titaantjes' (Little Titans), and 'Dichtertje' (Little Poet), each characterized by their lyrical prose and rich character development. Nescio's literary significance lies in his ability to capture the essence of the human experience through a unique blend of realism and introspection. His stories often feature characters grappling with existential dilemmas, set against the backdrop of early 20th-century Amsterdam. Despite his relatively small body of work, Nescio's influence on Dutch literature is profound, inspiring subsequent generations of writers with his evocative style and thematic depth. His legacy endures, as his works continue to be celebrated for their emotional resonance and insightful commentary on the human experience.
“My thoughts are an ocean, they wash woefully up against their limits.”
“God leeft in mijn hoofd. Zijn velden zijn er onmetelijk, zijn tuinen staan er vol schoone bloemen, die niet sterven, en statige vrouwen wandelen er naakt, vele duizenden. En de zon gaat er op en onder en schijnt laag en hoog en weer laag en 't eindeloze gebied is eindeloos 't zelfde en geen oogenblik gelijk. En breede rivieren stroomen er door met vele bochten en de zon schijnt er in en ze voeren 't licht naar de zee. En aan de rivieren mijner gedachten zit ik stilletjes en genoeglijk en rook een steenen pijpje en voel de zon op mijn lijf schijnen en zie 't water stroomen, voortdurend stroomen naar 't onbekende. En 't onbekende deert mij niet. En ik knik maar eens tegen de schoone vrouwen, die de bloemen plukken in mijn tuinen en hoor den wind ruischen door de hooge dennen, door de wouden der zekerheid, dat dit alles bestaat, omdat ik 't zoo verkies te denken. En ik ben dankbaar dat mij dit gegeven is. En in ootmoed pijp ik nog eens aan en voel mij God, de oneindigheid zelf. Doelloos zit ik, Gods doel is de doelloosheid. Maar voor geen mensch is het weggelegd dit bij voortduring te beseffen.”
“O, wij namen wraak, wij leerden talen, waarvan zij de namen nooit gehoord hadden en wij lazen boeken waar zij niets van konden begrijpen, wij doorleefden gevoelens waarvan zij het bestaan niet vermoedden. ‘s Zondags liepen wij uren en uren ver over wegen, waar zij nooit kwamen, en op kantoor dachten wij aan de slootjes en de weilanden, die wij gezien hadden en terwijl de heeren ons bevalen dingen te doen waarvan wij ‘t nut niet begrepen, dachten wij er aan, hoe Zondagavond de zon was ondergegaan achter Abcoû.”
Add a free, dofollow link to Lex on your blog, forum, syllabus, or reading list.
<a href="https://lex-books.com/author/nescio"><img src="https://lex-books.com/badges/read-on-lex.svg" alt="Nescio on Lex" width="160" height="40"></a>[](https://lex-books.com/author/nescio)[url=https://lex-books.com/author/nescio][img]https://lex-books.com/badges/read-on-lex.svg[/img][/url]Nescio on Lex: https://lex-books.com/author/nescio