
Arthur van Schendel was a prominent Dutch writer known for his novels and short stories, whose literary career flourished in the early to mid-20th century. Born in Batavia in the Dutch East Indies, he later moved to the Netherlands, where he became a significant figure in Dutch literature. Van Schendel's most celebrated work, 'Het fregatschip Johanna Maria,' showcases his ability to weave intricate narratives that often explore themes of identity and the human experience. His writing is characterized by rich descriptions and a deep understanding of character psychology, making his stories resonate with readers of his time and beyond. In addition to 'Het fregatschip Johanna Maria,' van Schendel produced a variety of works that contributed to the Dutch literary canon. His narratives often reflect the complexities of life in the Dutch East Indies and the cultural transitions experienced by individuals in that era. Van Schendel's legacy endures through his contributions to literature, as he helped shape the landscape of Dutch storytelling, influencing future generations of writers. His son, Arthur F.E. van Schendel, furthered the family legacy in the arts as the General Director of the Rijksmuseum Amsterdam, highlighting the family's ongoing connection to Dutch culture and heritage.
“En in het drukke gezelschap voelde hij een gedurigen drang om ergens in een lommerrijk landschap op het gras te liggen en zich over te geven aan de bekoring van neêrslachtigheid.”
“Hoe licht is het voor ons begonnen met de kinderen die God ons gaf, hoe zwart heeft hij het voor ons gemaakt. Wat voor kwaad wij gedaan hebben, zelfs dat mogen wij niet weten. Wat voor kwaad hebben de kinderen gedaan? Het leven was nog maar spel voor ze toen het lijden begon. En wij? Gewerkt hebben wij van de morgen tot de avond, eerlijk, zonder van anderen te nemen, de handen hebben wij zuiver gehouden. Wij hebben onze plichten gedaan, zonder zelfzuchtigheid. De armen hebben wij geholpen, aan de ongelukkige hebben wij onze rust geofferd. Alle beproevingen hebben wij gedragen, wij die als leem waren in zijn hand. Langzaam heeft hij ons gemarteld, de behoeder zonder genade, heel het leven door, en wij hebben niet gemord, tot mijn sterkte vergaan was. Hard en wreed is hij voor ons geweest, gul met bitterheid. Hij heeft ons nooit gespaard en wij hebben gezegd: uw wil geschiede. Erger dan hij ons in dit leven heeft gedaan kan het hierna niet worden. Voor wreed spel heeft hij ons geschapen en ik heb op hem vertrouwd. Op hem moet ik toch vertrouwen dat hij niet eeuwig verstoten zal en bidden moet ik toch.”
“Ik weet niet hoe u de wereld aanziet, mijnheer Jonas, maar u zal wel toegeven dat het een voordeel is als men dansen kan. Op ritmen het leven door te gaan, dat is de kunst. Nietwaar, waken bij dag, slapen bij nacht, eten, drinken, werken, rusten met een maat, genoegen en verdriet, het heeft alles een ritme. En als men dansen kan, verstaat men de kunst die dingen mooi te doen, dat is de kunst van te leven.”
Add a free, dofollow link to Lex on your blog, forum, syllabus, or reading list.
<a href="https://lex-books.com/author/arthur-van-schendel"><img src="https://lex-books.com/badges/read-on-lex.svg" alt="Arthur van Schendel on Lex" width="160" height="40"></a>[](https://lex-books.com/author/arthur-van-schendel)[url=https://lex-books.com/author/arthur-van-schendel][img]https://lex-books.com/badges/read-on-lex.svg[/img][/url]Arthur van Schendel on Lex: https://lex-books.com/author/arthur-van-schendel